Een warme luchtballon vaart meestal alleen 's ochtends vroeg of 's avonds laat omdat de lucht dan het meest rustig en stabiel is.
Minder wind en turbulentie
Overdag verwarmt de zon de grond. Daardoor stijgt de warme lucht op en ontstaat er turbulentie (onrustige luchtstromen). Dit maakt het besturen van een luchtballon moeilijk en onveilig.
's Ochtends; de lucht is nog koel en stabiel
's Avonds; de grond koelt opnieuw af en de lucht wordt opnieuw rustiger
Veilig opstijgen en landen
Een ballon kan je niet sturen zoals een vliegtuig, hij vaart met de wind mee. Daarom is het belangrijk dat de wind zwak en voorspelbaar is , vooral bij het opstijgen en landen.
Betere zichtomstandigheden
In de ochtend en avond is het licht vaak zachter en helderder, wat het ballonvaren mooier maakt. De vorming van grondmist geeft dan weer een sprookjesachtig zich bij een ochtendballonvaart.
Minder thermiek
De opstijgende warme luchtbellen overdag kunnen een ballon onverwacht laten stijgen of dalen, met alle gevolgen vandien. In België kunnen we 's ochtends en 's avonds ballonvaren, in warmere landen is men beperkt tot enkel ochtendballonvaarten, het blijft 's avonds te thermisch.

